555
1. PRINCIPE VAN DE “CUP 555” IN HET KORT.
Binnen een werktijd van 390 seconden moet de deelnemer met zijn elektromodel een volledige zweefvlucht van 300 seconden uitvoeren.
Het maximum aantal punten wordt behaald na een zweefvlucht van 300 seconden met een landing binnen een straal van 1dm van het center van de roos.
Een volledige vliegronde bestaat uit 3 vluchten uitgevoerd met dezelfde accu en hetzelfde model.
De vluchten worden uitgevoerd in het luchtruim tot op een hoogte van max 200 m. ( schatting volgens de wedstrijdleider )
- WERKTIJD: tijdspanne waarin de geldige punten kunnen behaald worden. Deze begint en eindigt telkens bij het eerste en derde sein van de Wedstrijdleider.
- MOTORTIJD: bedraagt 60 seconden en begint bij het eerste - en eindigt op het tweede signaal van de wedstrijdleider
- VOORBEREIDINGSTIJD: na het 2de signaal van de laatste vlucht in een ronde zal de wedstrijdleider de deelnemers van de volgende groep vragen zich klaar te maken. Zender , papieren, model, kogelpen, en chronometer halen . De zender mag niet actief geplaatst worden.
- ACCU: De voedingsbron voor het model mag door de piloot gekozen worden. ( 1 accu ontvanger 1 accu motor of 1 accu BEC )
- VLUCHT: deze begint na het 2de signaal van de wedstrijdleider en is het zweven van het model a het stilleggen van de motor onden geplaatst en de afstanden in dm.
rmeld staat in het regklement en zie niet in waarom nogmaana het stilleggen van de motor tot en met de landing binnen een werktijd van 390 seconden.
- EEN VLIEGRONDE (RONDE): bestaat principieel uit het totaal van de 3 vluchten uitgevoerd in de 3 werktijden. Het aantal vluchten in een vliegronde kan door de wedstrijdleider worden verminderd in functie van het aantal piloten en de weersomstandigheden.
- WERKTERREIN: is de oppervlakte waarop de toestellen kunnen landen ( landingsplaats ) minimaal is het werkterrein 80m x 20m
- VEILIGHEIDSLIJN: een gemerkte lijn die de referentie is tussen de piloot en zijn tijdwaarnemer en de doelspotten, die niet mag overschreden worden na het tweede signaal. Evenmin mag deze overschreden worden door gelijk welk onderdeel van het toestel, nadat deze is geland. Er wordt niet in aanvliegroute over het publiek geland.
- DE SPOT ( Bonus en Terrein ): is het middelpunt van twee concentrische cirkels met een straal van 50 en 100 dm die is aangeduid bij de eerste ronde voor iedere piloot en dat zo kort mogelijk benaderd wordt bij iedere landing. Het maximum van de landingspunten wordt behaald in de straal van 1 dm. Na iedere vliegronde schuift de piloot 2 spots verder omhoog voor zijn nieuwe spot.
- WEDSTRIJDLEIDER: is de verantwoordelijke aangeduid door de organiserende club. Hij leidt de wedstrijd en houd toezicht op de toepassing van het reglement.
- ASSISTENT: zijn meerdere medewerkers van de organiserende club die de wedstrijdleider en -organisatie bijstaan in het goede verloop van de hele wedstrijd. Deze personen worden voorgesteld aan de sportdirecteur.
- TIJDWAARNEMER: In de tekst aangeduid als helper van de piloot die, de glijvlucht vastlegt en deze noteert op het wedstrijdformulier. Deze wordt bijgestaan door een neutraal persoon van de deelnemers om toezicht te houden op de manipulaties van de piloot en helper.
- NEUTRAAL PERSOON: persoon niet behorend tot de club van de piloot.
- PILOOT: is de bestuurder van het vliegtuig. Hij is verantwoordelijk voor zijn gegevens op het wedstrijd formulier.
OPMETER: zijn twee paar assistenten aangeduid door de organiserende club die de afstand zullen opmeten tussen het geplaatste merkpijltje en de roos. De meting gebeurt nadat al de toestellen terug in de lucht zijn en na de laatste vlucht in de laatste werktijd van de vliegronde.
- SPORTDIRECTEUR: de persoon die zal benaderd worden indien de wedstrijdleider geen beslissing kan nemen bij een onvoorziene omstandigheid.
- TECHNISCH COÖRDINATOR: heeft de rol om het verloop van de organisatie vóór de wedstrijd aan te pakken. Hij contacteert en begeleidt de organiserende club in verband met het te voorziene personeel en de afbakening van het terrein.
- De organiserende club zal eerst een briefing geven van de plaatselijk geldende regels.
- De landingsrichting wordt meegedeeld voor iedere vliegronde .
- De inschrijvingen stoppen uiterlijk om 09u30. Na 09u30 wordt geen inschrijving meer toegestaan. Uitzondering op deze regel: een “voorziene laattijdige” aankomst, die vooraf werd aangekondigd aan de organisatie en bevestigd werd per fax, E-mail of sms.
- Na de inschrijving worden al de zenders binnengebracht bij de regie controle van de zenderuitgave.
- De start wordt gegeven aan de eerste ploeg om 10u00 en dit door de Wedstrijdleider.
- Elke voorziening onderaan de romp, aangebracht om de glijafstand te verkorten, is verboden en zal tot de uitsluiting van de piloot leiden. Het landingsgestel van een deelnemend vliegtuig moet van de romp verwijderd zijn.
- Er moet een verklikker geplaatst worden op de grond bij zenders die een afzonderlijke gas schakelaar hebben buiten de normale stick of schuifschakelaar.
- Vervangen van het model of eender welk onderdeel ervan tijdens een vliegronde is niet toegestaan.
- Ieder toestel moet zich na de landing in een perfecte staat bevinden, net zoals vóór zijn aangevatte vlucht.
- De organiserende club zal alles in het werk stellen om 3 vliegrondes te doen plaatsvinden. Dit volgens de weersomstandigheden, het aantal piloten en de oppervlakte van het werkterrein.
- Bij onverwachte weersomstandigheden zoals bijvoorbeeld plots opkomende mist, laagoverkomende wolken of hevige regen kan een vliegronde herleid worden tot één vlucht met één werktijd en zal deze geteld worden als een volledige vliegronde voor al de deelnemers begonnen aan dezelfde vliegronde.
- Bij deze plotse verslechtering van de weersomstandigheden beslist de wedstrijdleider de vlucht te stoppen, zal die onderbroken vlucht niet tellen en zal de voorafgaande gevlogen vlucht of vluchten verrekend worden tot een volledige vliegronde.
- Al de landingen moeten gebeuren op het afgebakende werkterrein ( landingsplaats). De neus van het toestel geeft de positie aan van het model. De landingsplaats kan op verschillende manieren afgebakend zijn: lint, vlaggetje, omheining, gracht of aangebrachte greppel van aanliggend veld, etc.
Voor de officiële organisatie van een wedstrijd zullen een wedstrijdleider en zijn vijf assistenten volstaan. Deze dienen voorzien te worden door de organiserende club.
De wedstrijdleider en zijn vijf assistenten kunnen wel de vliegtijd van willekeurige modellen controleren. Indien de gecontroleerde tijd met meer dan 5 seconden verschilt met de tijd van de helper van de piloot wordt de piloot gediskwalificeerd en zullen zijn dagresultaten niet tellen.
Mocht er met de chronometer een probleem zijn, dan dient dit vóór de landing aan de wedstrijdleider of zijn assistent te worden gemeld! In dit geval zal de vlucht in kwestie niet tellen.
Tip voor de deelnemers: voorzie 2 chronometers en een balpen!
- De wedstrijd zal gevlogen worden volgens de plaatselijk geldende regels van de organiserende club en de plaatselijke overheid.
- De piloot zal trachten met hetzelfde accupack, en binnen een werktijd van 3 x 390 seconden, 3 zweefvluchten te realiseren van telkens 300 seconden, gekoppeld aan 3 doellandingen.
De piloot beslist zelf over de te gebruiken motortijd.
- Het eerste signaal is de start van de werktijd ( 390 seconden )
- Na het tweede signaal ( 60 seconden na het eerste signaal ) wordt geen motor meer gegeven en begint de start van de glijvlucht en de tijd van 300 seconden. ( het is dus best mogelijk dat men zijn motor vroeger heeft stil gezet, en dat betekent dat je ook langer zult zweven. De punten telling begint pas na het tweede signaal ) Met andere woorden iedereen begint op hetzelfde ogenblik aan zijn zweefvlucht.
- De duurtijd van elke 300 secondevlucht zal worden vastgesteld door de helper van de piloot. De 300 secondevlucht start na het tweede signaal. Het resultaat zal op het wedstrijdformulier worden genoteerd. De piloot heeft recht op slechts één helper.
- Na het tweede signaal moeten de piloot en zijn helper zich vóór de veiligheidslijn bevinden.
- Tijdens de werktijd, na het tweede signaal, moet de landingsplaats vrij blijven totdat het laatste toestel is geland.( Uitzondering bij gevaarlijke situaties )
- Nadat alle vliegmodellen geland zijn worden de positiestokjes met de spot nr geplaatst aan de neus van het toestel. Dit kan gebeuren door de helper van de piloot. Nadat de positie van het model is vastgelegd mag het toestel verwijderd worden. De werktijd zal afgefloten worden door de wedstrijdleider.
- De wedstrijdleider zal het startsein geven voor de volgende vlucht indien de situatie veilig is.
- Als de modellen in de lucht zijn worden de metingen uitgevoerd door de opmeters.
- Maximum 100 punten zullen toegekend worden voor nauwkeurigheid bij de doelspotlanding. De beste van de 3 doelspotlandingen zal weerhouden worden.
- De duurtijd voor elke vlucht kan maximum 300 punten opleveren. Het mogelijke maximum voor een vliegronde is dus 1000 punten.
- TIJD: Elke seconde gedurende de de 300 secondevlucht (Max: 300 sec = 300 punten) zal één punt opbrengen en voor elke seconde boven de 300 secondevlucht zal er één punt worden afgetrokken.
De chrono wordt gestart bij het tweede signaal ( stilleggen van de motor ) en gestopt wanneer het model geland is en niet meer in beweging is !
- SPOT ( Bonus ): voor elke dm die het model verwijderd is van de roos zal eveneens twee punten worden afgetrokken (50dm = 50x2 = -100 = nul punten voor de landing).Vb: een landing op 26 dm van de spot geeft een puntenaantal van 26x2 = 52 ( bonus )
- TERREINSPOT: de neus van het model moet zich binnen een straal van 100 dm van het centrum van de concentrische cirkel bevinden.
- WERKTERREIN: al de landingen met de neus op het werkterrein zijn geldig, met uitzondering bij de veiligheidslijn.
- PILOOT: enkel de gegevens die op het wedstrijdformulier zijn ingevuld bij het binnen brengen na een vliegronde gelden. Er worden geen toevoegingen of wijzigingen uitgevoerd. Een foutief gegeven of ontbreken van gegevens van een vlucht geeft geen recht op punten voor die vlucht.
- Bij de reeds uitgevoerde reglementaire vluchten van een vliegronde waar punten zijn toegekend zullen deze behouden blijven.
- Een herkansing voor de niet gevlogen vluchten van een vliegronde met een reserve toestel of het herstelde toestel wordt toegestaan voor diegene waarvan het toestel door derden werd beschadigd en niet meer vliegwaardig werd bestempeld.
- Bij een landing buiten het werkterrein . Bij een crash of verlies wordt de piloot verzocht zijn zender in te leveren bij de regiecontrole vooraleer hij op zoek gaat naar zijn model. Zoniet zal hem geen punten toebedeeld worden voor de desbetreffende vliegronde.
- Wanneer het model tijdens de vlucht een onderdeel verliest, bijvoorbeeld stabilo, cockpit, akku etc.
- Bij een landing waarbij een herstelling noodzakelijk is, bijvoorbeeld tape, vervangen van een elastiek, eender welke bevestiging van de vleugel, schroef, etc.
- Bij het overschrijden van de werktijd.
- Bij het vervangen van een onderdeel tijdens een vliegronde.
- Bij het overschrijden van de veiligheidslijn door de piloot en zijn helper tijdens de vlucht na het stilleggen van de motor.
- Bij het overschrijden van de veiligheidslijn door het toestel bij de landing.
GESCHILLEN DIE NIET VOORZIEN ZIJN DOOR HET REGLEMENT WORDEN DOOR DE SPORTDIRECTEUR BESLECHT.
- TERREINSPOT: landing van het model buiten de straal van 100 dm met uitzondering bij de veiligheidslijn.
- NA DE LANDING: bij het uitvoeren van een manipulatie op zijn model zonder herstelling ten gevolge van een:
- harde landing
- het omdraaien van het model
- het verliezen van een onderdeel op de grond
8. DAGKLASSEMENT
- Alle vliegrondes worden weerhouden voor het dagklassement.
- De punten van de rondewinnaar zullen max. 1 000 zijn. ( 300 300 300 100 )
- De dagpunten
|
1 RONDE (slecht weer, veel piloten) |
Max. = 1 000 P |
|
2 RONDES (slecht weer, weinig piloten) |
Max. = 2 000 P |
|
3 RONDES ( mooi weer, veel piloten) |
Max. = 3 000 P |
|
4 RONDES ( mooi weer, weinig piloten) |
Max. = 4 000 P |
- De dagpunten voor de rangschikking worden verder als volgt toegekend:
|
1 plaats |
- 25 |
|
2 plaats |
- 20 |
|
3 plaats |
- 16 |
|
4 plaats |
- 13 |
|
5 plaats |
- 11 |
|
6 plaats |
- 10 |
|
7 plaats |
- 9 |
|
8 plaats |
- 8 |
|
9 plaats |
- 7 |
|
10 plaats |
- 6 |
|
11 plaats |
- 5 |
|
12 plaats |
- 4 |
|
13 plaats |
- 3 |
|
14 plaats |
- 2 |
|
15 plaats |
- 1 |
|
16 plaats |
- 1 |
|
Enz… |
- 1 |
Om de rangschikking voor het Belgisch kampioenschap op te maken zullen 75 % van de wedstrijden weerhouden worden.
Voorbeelden:
|
Deelname 8 wedstrijden x 75% |
Totaal dagpunten max. 150 |
|
8 wedstrijden |
150 |
|
6 wedstrijden |
150 |
|
5 wedstrijden |
125 0 = 125 |
|
4 wedstrijden |
100 0 0 = 100 |
|
3 wedstrijden |
75 0 0 0 = 75 |
|
2 wedstrijden |
50 0 0 0 0 = 50 |
|
1 wedstrijd |
25 0 0 0 0 0 = 25 |
- Ten minste 6 “SPOTS” die zeer zichtbaar zijn aangeduid en evenveel keepernagels om het landingspunt vast te leggen.
- Tenminste 6 Markeerpijltjes met SPOT nr.
- Ten minste 4 fluo-vesten voor de 4 opmeters die op het terrein de opmetingen uitvoeren.
- Een wedstrijdleider van de organiserende club met een megafoon en 2 chronometers
(een chronometer voor de 390 seconden werktijd te meten en één om de motortijd samen met de 300 secondevlucht te meten )
- Twee paar assistenten met elk een chronometer en minimum twee decameters van de organiserende club. Kan vervangen worden door een lint van 100 dm . De eerste 50 dm verdeeld in 50 vakjes van telkens 1 dm en met de vermelding van de dm en punten. ( op merkteken 25 = 50 punt = 25 dm)
- Een assistent die de resultaten van de TRIPLE 5 op de PC inbrengt en verwerkt.
- Plastic signalisatierollen (rood/wit) voor het aanduiden van de veiligheidslijn.
- de chronometers van de wedstrijdleider en zijn assistenten, de megafoon en de twee decameters worden meegenomen door een van de twee sportdirecteurs.
- Min 6 linten bevestigd aan de doelspotten met een lengte van 100 dm geplaatst op het terrein met de windrichting mee. ( Er zouden sluwe vossen onder de deelnemers kunnen zitten en het als rem kunnen gebruiken wat NIET de bedoeling is ).
De “ 555” is een logische evolutie van de “3 X 10 = 35” wedstrijden die tot nu toe reeds 34 maal werden georganiseerd ( 2004 – 2005 – 2006- 2007).
Deze reglementaanpassing is zeker NIET perfekt maar is wel het resultaat van de ervaringen opgedaan tijdens de afgelopen jaren.
Enkele voordelen in vergelijking tot het afgelopen seizoen zijn:
- De veiligheid is zo hoog mogelijk gehouden doordat de werkplaats ( landingszone ) volledig vrij gehouden wordt voor de vluchten en de landingen.
- Gemakkelijk toegankelijk voor iemand die beschikt over een beginnerszwever, zelfs indien uitgerust met NiCd cellen!
- Weinig zo populaire wedstrijden kunnen gerund worden met een minimum aan personeel...
- Toeschouwers of voorbijgangers zullen de landingen vlot zien verlopen zonder dat het eentonig zal overkomen.
- Minder stresserend voor diegene die het risiko loopt de tijdsgrens van 300 seconden te overschrijden vermits er slechts één strafpunt per seconde zal aangerekend worden i.p.v. 10 punten per seconde ( beginnervriendelijk ).
- De wedstrijden van het seizoen 2007 zijn een voorbeeld van veiligheid.
- Er wordt gestreefd naar het gebruik van éénzelfde motoraccu ( No Load ) gedurende al de vliegrondes, zonder dat deze wordt bijgeladen. Het zou een oplossing kunnen bieden om de max. hoogte te beperken enerzijds en terug te komen naar het thermiek zoeken.
12. PLAATSINGSSCHEMA SPOTS
Indien de wind dwars staat, zullen de piloten moeten laten zien wat ze kunnen.
Alles hangt af van de ligging van het terrein ten opzichte van de windvaan.
AFBAKENING WERKTERREIN ( LANDINGSPLAATS )
Min 100 dm Min 120 dm 50 dm verboden in de as
SPOT 1 SPOT 2 SPOT 3 SPOT 4 SPOT 5-…
van de spots te
Min 100 dm R = 100 dm landen
Posities piloot
Spot 1
De minimum afmetingen van het werkterrein zijn 80x20m.
Een veiligheidslijn ( werklijn ) zal aangegeven worden en kan samenvallen met de afbakening van het terrein of buiten het werkterrein liggen, maar steeds tussen het publiek en de landingsplaats.
Gedurende de vlucht zullen de afstandsmetingen, tussen het landingspunt en de roos gebeuren en door de opmeter aan de helper medegedeeld worden dewelke deze noteert op het wedstrijdformulier. De opmeter kan het wedstrijdformulier controleren op de juiste gegevens.
De helpers moeten dus even opletten en de chrono niet te snel op nul zetten.