Vrijwilligerswerk

DE MODELVLIEGCLUBS EN DE NIEUWE WET BETREFFENDE DE VRIJWILLIGERS.
 
Een tijdje geleden hebben wij naar onze clubs een lijst opgestuurd voor de opgave van de vrijwilligers waarop zij beroep doen. De wet treedt voor onze clubs in werking vanaf 1 augustus 2006. Alle vrijwilligers waarop wij beroep doen zijn actief in de sociaal-culturele sector waarvan onze sport deel uitmaakt. Elke deelsector heeft zijn eigen regelgeving, een eigen decreet, waarin telkens de erkenning- en subsidiëringsvoorwaarden zijn vastgelegd en waarbij de nadruk ligt op de vrijwilligerswerking. 

Het onbezoldigd karakter van het vrijwilligerswerk belet niet dat de door de vrijwilliger voor de organisatie gemaakte kosten door de organisatie worden vergoed. De realiteit en de omvang van deze kosten moeten niet bewezen worden, voor zover het totaal van de ontvangen vergoedingen niet meer bedraagt dan € 24.79 per dag, € 600 per kwartaal en €991,57 per jaar. De in de vorige zin bedoelde vragen zijn gekoppeld aan de spilindex 103.14 (basis 1996 is gelijk aan 100) en variëren zoals bepaald bij de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsels  waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen  ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmede rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld.

Aangezien wij in de praktijk rekening houden met het feit dat onze vrijwilligers meestal ouderen zijn of familieleden is het van belang dat onze clubverantwoordelijken  weten wat er moet gebeuren in het geval de vrijwilliger het statuut heeft van:
 
Werklozen
Een uitkeringsgerechtigde kan met behoud van uitkeringen, vrijwilligerswerk uitoefenen, op voorwaarde dat hij dit vooraf en schriftelijk aangeeft bij het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening. De directeur van het werkloosheidsbureau kan de uitoefening van de activiteit met behoud van uitkeringen, verbieden, of slechts aanvaarden binnen bepaalde perken, indien hij aantoont:
1° dat deze activiteit niet de kenmerken vertoont van vrijwilligers werk als bedoeld in deze wet;
2° dat de activiteit, gezien de aard, de omvang en de frequentie ervan of gezien het kader waarin zij wordt uitgeoefend, niet of niet langer de kenmerken vertoont van een activiteit die in het verenigingsleven gewoonlijk door vrijwilligers wordt verricht;
3° dat de beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt van de werkloze zou verminderen.
Indien binnen de twee weken na de ontvangst van een volledige aangifte geen beslissing genomen is, wordt de uitoefening van de onbezoldigde activiteit met behoud van uitkeringen, geacht aanvaard te zijn.

Een eventuele beslissing houdende een verbod of een beperking, genomen buiten deze termijn, heeft slechts gevolgen voor de toekomst, behalve indien de activiteit niet onbezoldigd was.
De Koning bepaalt:
1° de nadere regels voor de aangifteprocedure en voor de procedure die toepasselijk is indien de directeur de uitoefening van de activiteit met behoudt ven uitkeringen verbiedt;
2° onder welke voorwaarden de rijksdienst voor arbeidsvoorziening  vrijstelling van aangifte van bepaalde activiteiten kan verlenen, inzonderheid indien in het algemeen kan worden vastgesteld dat de betreffende activiteiten beantwoorden aan de definitie van vrijwilligerswerk;
3° onder welke voorwaarden de afwezigheid van een voorafgaande aangifte niet leidt tot het verlies van uitkeringen.
 
Bruggepensioneerden
De in artikel 13 van de wet bedoelde regeling geldt eveneens voor de bruggepensioneerden en de halftijds bruggepensioneerden, behoudens de afwijkingen die door de Koning vastgesteld zijn op grond van hun specifiek statuut.
 
Arbeidsongeschikten
In artikel 100 §1 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorgingen en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid ingevoegd: Hier moet de opdracht van de club en de aard van de arbeidsongeschiktheid  ingevuld worden.
 
Gewaarborgd inkomen voor bejaarden (leeflonen)
Artikel 4 § 2, van de wet van 1 april 1969 tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden, zoals gewijzigd bij het Koninklijk besluit van 22 december 1969, bij de wet van 29 december 1990 en bij de wet van 20 juli 1991, wordt aangevuld als volgt:
“9° de vergoedingen die ontvangen zijn in het kader van het vrijwilligerswerk, voor zover ze de in hoofdstuk VII van de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers bedoelde bedragen niet overschrijden”.
Onder de voorwaarden en volgens de nadere regels die de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad bepaalt, zijn het verrichten van vrijwilligerswerk en het ontvangen van een in artikel 10 bedoelde vergoeding, verenigbaar met het recht op het leefloon. Voornoemd artikel 10 bepaalt dat de algemene regeling inzake vergoedingen van vrijwilligers ook geldt voor de vrijwilligers die genieten van een leefloon.
 
Evaluatie van de vergoedingen
Te rekenen  van de inwerkingtreding van deze wet wordt de hoogte van de ontvangen vergoedingen na twee jaar onderworpen aan een evaluatie. Deze evaluatie wordt uitgevoerd volgens de nadere regels die de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepaalt, met dien verstande dat ze wordt uitgevoerd in samenwerking met de instellingen van sociale zekerheid en dat vooraf het advies van de nationale Arbeidsraad en de Hoge Raad voor de Vrijwilligers wordt ingewonnen. Het evaluatieverslag wordt onmiddellijk meegedeeld aan de Kamer van volksvertegenwoordigers en aan de Senaat.
Bedraagt het totaal van de door de vrijwilliger van de organisatie ontvangen vergoedingen meer dan de in het eerste lid bedoelde bedragen, dan kunnen deze enkel als een terugbetaling van door de vrijwilliger voor de organisatie gemaakte kosten worden beschouwd indien de realiteit en het bedrag van deze kosten kan aangetoond worden aan de hand van bewijskrachtige documenten. Het bedrag van  de kosten mag worden vastgesteld overeenkomstig  het koninklijk besluit van 26 maart 1965 houdende de algemene regeling van de vergoedingen en toelagen van alle aard toegekend aan het personeel van de federale overheidsdiensten.
Gezien de complexiteit van de wetgeving hopen we dat het secretariaat van onze clubs hun vrijwilligers zullen helpen om in orde te zijn met deze wetgeving. Wij hopen dat op deze manier er geen verrassingen zullen optreden voor onze vrijwilliger –medewerker. De morele verantwoordelijkheid van de club is duidelijk. Trouwens iedere organisatie is aansprakelijk voor de schade die de vrijwilliger aan derden veroorzaakt bij het verrichten van het vrijwilligerwerk. Hierbij wordt de club aansprakelijk gesteld voor de schade aangericht door de door hen aangestelden.
 
Prof. M. Dietens.
 
 
 
 
DE BEVESTIGING VAN HET GEBRUIK VAN VRIJWILLIGERS DOOR DE MODELVLIEGCLUBS.
 
Het is zeker bekend dat de VML een verzekering heeft afgesloten voor haar leden en voor haar niet leden. Deze overeenkomst komt overeen met het decreet van 13 juli 2001betreffende de Vlaamse sportfederaties. Op dit alles wordt controle gehouden door BLOSO. Op de algemene vergadering van 12 februari 2006 werd door onze verzekeringsmakelaar daarover gesproken. Wij beschouwen het als onze opdracht om de modelvliegclubs zo volledig mogelijk in te lichten en menen dat wij U daarover meer in detail verduidelijking moeten geven. Het probleem van de verzekering is niet eenvoudig is niet eenvoudig.  
Bijgaand voorbeeld toont dit aan:
Een piloot met zijn vliegtuig heeft een ongeluk als hij zich naar het terrein begeeft. Onze verzekering zal niet tussenkomen omdat dit geen vliegongeluk is. Wanneer echter een vrijwilliger een ongeluk heeft als hij zich naar het terrein begeeft, zal de verzekering wel tussenkomen omdat dit moet beschouwd worden voor de vrijwilliger als naar het werk gaan. 
Dit is ook voorzien in bijgaand voorbeeld van overeenkomst.
Enkele tijd geleden hebben wij onze clubs een inlichtingenlijst gestuurd opdat zij ons hun vrijwilligers zouden meedelen. Op het huidig ogenblik hebben reeds verschillende clubs daar gevolg aan gegeven. Dit is een begin van de vaststelling van het aantal vrijwilligers. Het is trouwens noodzakelijk dit te weten omdat de bovenvermelde verzekering voor de leden en niet leden  geen uitsluitsel geeft of de opdracht van een vrijwilliger daarin begrepen is. De activiteiten van de modelluchtvaartclubs  namelijk het vliegen zijn daarin duidelijk vastgelegd.

Voor deze redenen hebben wij contact genomen met diverse juristen die ons adviseerden om een overeenkomst op te stellen tussen de modelvliegclub en de vrijwilliger. Samen met de reeds vermelde lijst is dit een onbetwistbaar bewijs van het werk van de vrijwilliger. Wat nuttig is voor onze modelvliegclubs. Wij stellen vast dat dit alles de zaak van de modelvliegclubs niet eenvoudiger maakt. De tijd van het gewoon oprichten van een club is duidelijk en definitief voorbij. Tegen deze gang van zaken kan er echter niets gesteld worden.

Daarom is het onze hoop dat de ernstige clubs met ons volledig zullen samenwerken om te voldoen aan de diverse wetgevingen. Dit is de enige mogelijkheid om de modelluchtvaart  aanvaardbaar te maken in onze samenleving.
 
Prof. M. Dietens.